In de onderbouw wordt er,, naast stevige theorie, kennis gemaakt met de praktische kant van natuurkunde. Practica die gedaan worden zijn: Warmteverlies, het meten van een eenparige en een eenparig versnelde beweging.
Ook wordt er een natuurkundige verklaring gegeven voor het waarnemen van verschijnselen zoals kleur en geluid. Het weer wordt bestudeerd door middel van waarnemingen en metingen, die ons helpen het weer te begrijpen, en zelfs voorspellen.