Hier staat een overzicht van de kerndoelen die het mentoraat bovenbouw heeft vastgesteld:
1.Elke leerling in beeld (V4, H4, H5)
De leerling met goede en met minder goede resultaten weet zich gevolgd door de mentor.
2.Oriëntatie, planning, en evaluatie (V4, V5, H4)
Met behulp van de mentor leert de leerling zich te oriënteren op de periode, een planning maken, een aanpak kiezen en behaalde resultaten evalueren.
3.Analyse en bijstelling (V5, H4)
De leerling leert behaalde resultaten te analyseren en wanneer nodig te vertalen naar een andere aanpak.
4.Motivatie (V5, V6, H5)
De leerling leert motivatieproblemen te onderzoeken.
Daarnaast leert hij korte termijndoelen vaststellen met de mentor.
5.Actief contact met de docent (V4, H5)
De leerling leert actief op vakdocenten en mentor afstappen wanneer er onduidelijkheden zijn.
6.Studievaardigheden (V4, H5)
De leerling leert sterke en zwakke kanten van de eigen manier van leren kennen en traint in vaardigheden.
7.Verantwoording afleggen (V5, V6)
De leerling leert verantwoording afleggen over de studie doordat hij door de mentor wordt geconfronteerd met gemaakte afspraken.
8.Niveau, profiel en zwaarte van het programma (V5, H4)
In de praktijk leert de leerling met de mentor onderzoeken of niveau, profiel en zwaarte van het programma goed gekozen zijn.
9.Prioriteiten stellen en keuze maken (V4, V6)
De leerling leert welke taken prioriteit hebben en maakt aan de hand daarvan keuzes.
10.Zelfvertrouwen (V5, V6)
De leerling leert vertrouwen te krijgen in zichzelf.
11.Vertrouwen in anderen (V5, V6)
De leerling leert mensen vertrouwen die in de schoolorganisatie belangrijk zijn: mentor, vakdocent, coördinator, decaan en counselor.
12.Samenwerken (V4)
De leerling leert het samenwerken met anderen te maken tot een punt van aandacht.
13.Studieaanpak verdedigen (V5, H4, H5)
In het door de leerling voorbereid mentorgesprek leert de leerling verantwoording afleggen over het leerproces en de organisatie van de studie.