VOORTGEZET MONTESSORI ONDERWIJS
Pantarijn Hollandseweg is erkend als school met voortgezet Montessori-onderwijs (vmo). Kinderen van alle basisscholen kunnen bij ons instromen, want ‘zelfstandigheid kun je leren’.
In de praktijk betekent dat:
Je leert met hoofd, hart en handen: Het gaat niet alleen om kennisoverdracht, maar ook om persoonlijkheidsvorming en toepassing van het geleerde in praktijk.
Je leert om te kiezen: het is een voorwaarde voor de ontwikkeling van zelfstandigheid dat leerlingen leren om keuzes te maken.
Je leert reflecteren: Om vast te stellen waar een leerling staat in zijn of haar ontwikkeling, om zicht te krijgen op eigen leerstijl en intelligentietype is het van belang, dat zowel de leerling als de leraar hierbij stilstaan.
Je leert samen met anderen: wie is wijs? Hij die van een ander iets wil leren! Leren is een sociaal proces. In de onderbouw van het voortgezet onderwijs zijn leerlingen erg gericht op het sociale functioneren met leeftijdsgenoten. Het van en met elkaar leren is een belangrijke karakteristiek van vmo-scholen.
We helpen elke leerling om zo veel mogelijk zelf verantwoordelijkheid te nemen voor zijn/haar eigen leerproces. De ene leerling heeft daar meer steun of controle bij nodig dan de ander. De ene leerling kan meer vrijheid aan dan de ander. Door goed naar de leerling als individu te kijken geven we elke leerling begeleiding op maat.
De leerlingen krijgen vanaf de eerste klas steeds meer verantwoordelijkheid; zij krijgen van de docenten voor elk vak ‘werkwijzers’ en vinden in het takenboekje een totaaloverzicht van de leerstof.
De school biedt een ‘voorbereide omgeving ‘ aan (werkwijzers, nakijkbladen, proeftoetsen, praktijkopstellingen, elektronische leeromgeving etc.) waarin de docent een centrale rol speelt als vakdeskundige en als coach.
In het takenboekje noteert de leerling hoe ver hij/zij is. De leerling krijgt hier elke periode feed-back van de docent. Hierin worden ook de resultaten van de leerling genoteerd en de manier, waarop de leerling de keuzewerktijd benut heeft.
Wanneer de leerling iets niet begrijpt zal de leraar eerder een tip geven dan een goed antwoord. Het gaat er immers om dat de leerling het zelf gaat begrijpen en zelf leert te doen.
Toetsen zullen vaak klassikaal gemaakt worden. Leerlingen kunnen in veel gevallen een proef- of diagnosetoets maken. Er is een herkansingsregeling voor het geval leerlingen toetsen onvoldoende gemaakt hebben. Daarin is geregeld dat herkansen niet mag leiden tot ‘prijsschieten’ en dat leerlingen eerst een goede analyse van de gemaakte fouten maken. Op deze manier streven we ernaar dat alle leerlingen hun talenten optimaal benutten, de gestelde leerdoelen bereiken en de vereiste vaardigheden ontwikkelen.